25 januari 2007

De Burger en zijn Kloof

Gisteren was ik te gast bij een interessant gezelschap, Lux Voor. Deze club is al een tijdje bezig met debatteren over een nieuwe manier van politiek en wil door middel van een groeiend netwerk invloed uitoefenen op de politici in Den Haag. De spreker van de avond was Jacobine Geel, een inspirerende alleskunner en ook voorzitster van het Burgerforum Kiesstelsel, dat initiatief van Alexander Pechtold. Vanwege de leuke en intime dineersetting was de sfeer informeel en erg prettig.

Geel vertelde over de gang van zaken bij het Burgerforum en over de resultaten die ze had weten te behalen samen met de representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking bestaande uit 140 geinteresseerde burgers. De opdracht van het forum was na te denken over een nieuw kiesstelsel en hierover een advies voor de Tweede Kamer te formuleren. Het resultaat is eenvoudig. Geel gaf aan dat ingrijpende ideeen als de invoering van een Engels districtenstelsel of zelfs het Duitse stelsel al in de eerste bijeenkomst door 99% niet als een acceptabele mogelijkheid werd gezien. Gekozen is voor de optie om mensen 1 stem te geven die ze op een partij of op een kandidaat kunnen uitbrengen. Het voorbeeld dat Geel gaf was dat als een partij 10 keer de kiesdeler haalt met alle stemmen, waarvan de helft met stemmen op de partij als geheel, deze 5 zetels naar de eerste vijf op de lijst gaan. De overige zetels worden dan naar volgorde van aantal voorkeurstemmen verdeeld. Dit zou de individuele kandidaten dwingen om harder te werken aan hun volksvertegenwoordigerschap.

Het resultaat van het Burgerforum ligt niet echt in de lijn van wat al jaren door partijen als D66 wordt gepropageerd, maar ook niet in wat het ideaal van Lux Voor is. Deze club wil namelijk een zogenaamd Tweestromenstelsel met een progressieve en een conservatieve partij. Het blijkt dat de Nederlandse burger, want Geel bleef zeer overtuigend bij haar stelling dat deze groep van 140 representatief was en door elke groep van 140 vervangen zou kunnen worden, geen extreme veranderingen wil. De vraag is dan ook wat verder het nut is van diepe deliberaties over verdergaande hervormingen van het kiesstelsel. Wij academici kunnen debatteren wat we willen, en dat gebeurt natuurlijk ook al jaren, maar als de gemiddelde burger het niet wil, komen onze wijzigingen er toch echt niet. Zeker niet in het huidige politieke klimaat.

Natuurlijk bleven we de rest van de avond discussieren over wat er allemaal anders kan in Nederland, maar mijn interesse was gewekt door iets anders. Geel vertelde dat die 140 mensen, toegegeven met de nodige financiering, een hele ontwikkeling hadden doorgemaakt. Dat het veel moeite had gekost om iedereen aan bod te laten komen, in inspraakprocessen overheerst de blanke man van middelbare leeftijd de discussie immers al snel, maar dat dit zeker gelukt was. De mensen waren op den duur een hechte groep burgers geworden die het zeer nuttig en interessant vond om op deze wijze invulling aan haar burgerschap te geven. Volgens Geel staan de aankomende coalitiepartijen redelijk positief tegenover bovenstaand voorstel, dus het zou weleens zo kunnen zijn dat de groep burgers de vermaarde kloof tussen henzelf en de politiek door dit burgerforum voor een groot deel heeft weten te overbruggen.

Ieder jaar een burgerforum organiseren wordt waarschijnlijk wat prijzig, maar misschien is dat ook niet nodig als we wat leren van de impliciete boodschap die het resultaat van dit forum ons brengt. Deze boodschap is dat burgers uit alle hoeken van de samenleving het blijkbaar prettig vinden om gezamenlijk invulling te geven aan hun burgerschap zodra daar door het land waarde aan gehecht wordt. Dat zodra er een streven naar iets gezamenlijks is, mensen blijkbaar kunnen en willen samenwerken.

Als ik mensen over “de kloof” hoor praten denk ik altijd dat dit gevoel voor een groot deel is ontstaan omdat we veel te veel van de politiek zijn gaan verwachten, bij gebrek aan andere structuren waarvan we dingen kunnen verwachten (kerk, verenigingsleven etc.). De politiek op haar beurt is over al die dingen gaan discussieren, maar stelt bij de daadwerkelijke uitvoering nogal eens teleur. Wat op zich natuurlijk helemaal niet zo gek is, omdat we de overheid niet overal verantwoordelijk voor kunnen maken. Het delegeren van onze eigen verantwoordelijkheid naar de overheid is in mijn optiek te ver doorgeslagen. Dit komt niet veel beter naar voren dan in een anecdote die ik vandaag van Slingercollega Barbara hoorde. Ze vertelde over een vrouw die CDA gestemd had omdat ze wel voor Balkenende’s normen en waarden was, ze groette zelf haar buurman namelijk ook niet meer. Tsja, als we al van de politiek gaan verwachten dat ze onze buren voor ons gaat groeten...

Als we iets van het Burgerforum moeten leren is het dat burgers invulling willen geven aan hun burgerschap en zeer gemotiveerd kunnen raken als ze dat samen doen. Ze weten alleen vaak niet hoe ze invulling kunnen geven hieraan. Mogelijkheden genoeg, dus als wij (actieve burgers) in plaats van te discussieren over de situatie in Nederland, zelf nou eens echt iets aan deze situatie zouden doen door deze mogelijkheden zichtbaar te maken aan de burgers, verandert er wellicht echt eens iets.

21 januari 2007

Zondag

Het waaide hard vannacht
Alweer
Wind ontregelt
Dingen van hun plek
De wind stroomt over het land
Het land stroomt minder soepel
Owjee

Vanuit de Directiekamer
Kijk ik op een kruispunt
Met een Albert Heijn
Vandaag ligt er een fiets
Half op straat
Geblazen door de wind
Auto's zoeven langs

Die fiets moet weg
Denk ik
En ik kijk
Vanuit het raam van de directiekamer
Vrouw met tassen misschien?
Haar fiets naast die fiets
Maar nee

En die meneer?
Of dat stel?
Of die mevrouw?
Die zwerver dan?
Ik vraag me af wat ze denken
"Niet van mij"?
"Stomme eigenaar"?
"Wie ben ik om"?
Of zien ze het niet?

Er stopt een auto
Midden op het kruispunt
Vlak voor de fiets
Een man stapt uit
"Hè", denk ik
"Pakt hij de fiets?"
"Klootzak!"
De auto achter hem
In z'n achteruit
Heel snel
Ruzie, op straat.

De fiets
Ligt er
Nog steeds

Een oude kale man
Komt aan
Over de weg
Pakt de fiets
Hij zet 'm
In het rek
En loopt de Albert Heijn in.

9 januari 2007

De koningin

Spontaan naar de film
Over de oude dame
Met een kroon
En een vervelende ex-schoondochter

In het midden van het midden
Voor vier mooi aangeklede, oude mensen
In de leeftijd
Van de oude dame

Ze zagen haar komen
Ze zien haar worstelen
En leven met haar mee
Maar ónze oude dame is toch liever

Zo nu en dan
Een luide lach
Een gekke opmerking
Of een wandelstok tegen je hoofd

In de pauze
En aan het eind
Lieve woorden
Het gezelligste filmpje ooit

3 januari 2007

Lovely Madrid and me


1 januari 2007

The Male/Female Balance

As someone who is often labelled socially ‘active’ or ‘involved’ and as a student of political science I am sort of expected to have a political party preference like almost all other people I know who have these two characteristics. The thing is that I don’t. When I had to vote last November for the Dutch national elections I made my decision not until I had the red pencil in my hand and this decision was not made based on true conviction, but on the feeling (yes, the feeling) that voting PvdA would keep Verdonk from polarising this country any longer (which seems to be based on a feeling as well, will come back to this in a later post).

My disgust with the current political atmosphere in this country apparently weighed heavier than my preference of making a well-balanced choice when voting. Not that I hadn’t thought of voting in a well-balanced way. The weeks leading up to the elections were filled with discussions about politics and especially my friend Aike’s pleas for GroenLinks had their effect on me. I like their international view and their position on the environment and integration. A test of my value pattern furthermore revealed that before everything else I am a ‘post-materialist’ which also kind of directs me towards GroenLinks.

One of the crucial points of their programme which I have been struggling to form my own opinion on is their position on working women. On the GroenLinks website I like the part on the ‘liberation of women’ internationally. The part on women in the Netherlands confuses me however. It is different from the black-and-white picture that was painted in the media. More nuanced (I’m suppressing a ‘duh’). The image that came forward was that Halsema wanted every woman to work. This is supported by the website, but here it also made clear which conditions are necessary for this to be a realistic option (free and good day-care facilities, arrangements for fathers and mothers to work part-time and take pregnancy and parenting-leaves of absence, etc.).

My problem is that I am not sure whether it is a good thing if women started working en masse. Would this really be the proof of the success of our emancipation? When I was preparing for our discussion of Simone de Beauvoir’s ‘The Second Sexe’ last month, I read this interesting article in which De Beauvoir looked back on her book and said that women were emancipating on ‘male terms’ meaning that we have strived to become equal to men by doing what they, as males, do. Which is kind of in line with my horror vision of women having to work terribly hard (in order to be promoted, break through the glass ceiling and be considered the equal of their male colleagues) while juggling a couple of kids and keeping the house clean and warm.

De Beauvoir wanted the ‘male’ and the ‘female’ to be equal, to be in balance. She did not want the female to become 100% female and 100% male in one. And nor do I. In my view the media portrayed GroenLinks as wanting exactly this, but when you carefully read their website the nuance that comes forward is that they want the male and the female to be in balance IN a person, too (meaning that benefits, tasks and responsibilities should be shared between the man and the woman). This might be too much of a nuance floating voters can handle, but it should be brought forward more forcefully.

If not, what remains is a picture of all women being driven like sheep to the job market while being given the message that what they were doing before was somehow not good enough. And what were they doing before? I will be the first to admit that women who delegate their household duties to cleaning ladies, put their kids in day-care and spend their days watching As the World Turns, chitchatting with neighbours about the new haircut of the witch from across the street or shopping for clothes nobody needs, should be talked into making a real contribution to our society. But women who raise their own children, work their buts off in voluntary work and provide a warm home to their men in order to keep their marriages in one piece, should not be blamed for doing this.

Before GroenLinks and my ideal of the male and the female balanced IN persons can be realised a true appreciation of the worth of the ‘female’ is necessary.

This means accrediting the worth of voluntary work. A recent research report on the radicalisation of Muslim youth in Amsterdam showed that one of the necessary causes for people to radicalise is ‘not feeling connected to Dutch society’. The research also showed that scores on this variable were highest in parts of the city where the civil society network was weak. Isn’t it often said that these networks can only exist because there are a lot of volunteers? Who are often women? Doesn’t a lot of the social glue that keeps our societal networks together depend on women (writing Christmas cards, knowing their neighbours, phoning her and her husband’s friends, organizing familial get-togethers, but also: remembering her boss’ appointments and contacts)?

This also means accrediting the worth of raising children. Isn’t it often said these days that schools have to spend way too much time on raising kids instead of educating them because their parents just don’t have time to do this anymore? Aren’t we forgetting that raising children is a crucial, maybe even the crucial, task in our society? Tell me, who (used to) do the raising?

Believe me, there is more. Please understand me correctly though. I am not saying that women should not work. I am just saying that drawing a black-and-white picture of ‘working women’ and ‘not working women’ is making problems worse, not better. Nuance is needed, maybe I should finally follow Aike’s advice?