19 maart 2007

Ferry

Nadat Hans Dijkstal ons vorige week gemeld had dat het met de kwaliteit van de vaderlandse journalistiek slecht gesteld was, maar nog net niet zo slecht als met de politici, was het vandaag (woensdag 14/3) aan de eindredacteur van Den Haag Vandaag (NOVA), Ferry Mingelen, om de relatie tussen politiek en media vanaf de zijde de laatste te belichten. De drie kwartier die de docent hem als leidraad had gegeven voor de duur van zijn praatje, vond Mingelen ietwat scary geloof ik, journalisten zijn immers gewend om ‘slechts 45 seconden vol te praten’. Na een korte inleiding ging hij dan ook spoedig over op het beantwoorden van velerlei vragen.

Hij vertelde dat de zorg over de journalistiek ook een koninklijke zorg is. Koningin Beatrix heeft blijkbaar in een troonrede in de jaren ’80 al eens haar zorgen geuit en recentelijk deed ook prinses Mabel een duit in het zakje. Eerlijk vond Mingelen dat niet echt aangezien de interviews met het koninklijk huis altijd strak geregisseerd zijn (vragen vooraf en antwoorden achter controleren) en prinses Mabel zelf niet eens over het maffiabaas-gebeuren wilde praten. Prins Willem-Alexander zei echter tijdens het bezoek aan Turkije dat 99% van de Nederlandse media goede bedoelingen heeft. Hier was Mingelen dan wel weer blij mee.

Via dit uitstapje naar onze ‘royals’ kwam hij op de vraag wat nou eigenlijk de taak van de media is. Volgens Mingelen is dit puur en alleen het verslag doen van wat er gebeurt. Dit noemt hij een ‘geloofsartikel’. De manier van verslaggeving is de afgelopen decennia behoorlijk veranderd. Toen Mingelen aan het begin van zijn carriere (toen hij net uit dienst was, een baan zocht en werd aangenomen bij op de Haagse redactie van dagblad Het Vrije Volk omdat deze spoedig zou worden gesloten en alle gerenommeerde journalisten reeds vertrokken waren), moest hij de gemeenteraadsvergaderingen verslaan. Omdat zijn krant gelieerd was aan de PvdA, behoorde hij bij de fractievergadering aan te schuiven om zo goed op de hoogte te raken van de partijstandpunten. Goed gebruik in die tijd. Mingelen wilde aan onafhankelijke journalistiek doen en weigerde dit dan dus ook. Hier werd hij vreemd voor aan gekeken. In die tijd waren de kranten gelieerd aan partijen en was de invloed van de laatste op de eerste erg groot. Het punt van Mingelen is dat je je als journalist niet te gemakkelijk voor de kar van de politici moet laten spannen als het duidelijk is dat hiermee specifieke belangen gediend worden.

Vervolgens gaat hij in op de manier waarop er op de Den Haag Vandaag redactie onderwerpen voor het programma gekozen worden. Hierbij wordt een mix van de volgende vragen als handvat gebruikt: Is het onderwerp interessant voor veel mensen? Is er een aardige discussie over te verwachten? Is het een belangrijk onderwerp? Voor vanavond ging het tussen de onderwerpen ‘Uitkomsten milieu-top EU’ en ‘De positie van kamervoorzitter Verbeet’. En, met een knipoogje naar het stuk over Dijkstal, nu werd het pas echt interessant.

De politicologie-studenten, al weken getraind in medialogica en de opkomst van hypes etc., besloten Mingelen eens even goed aan de tand te voelen. Mingelen hield zich kranig, hij was waarschijnlijk al lang blij dat zijn monoloog hierbij afgerond was en hij mocht overgaan (na 10 minuten) op de hem vertrouwde vragen (alleen dit keer in de rol van geinterviewde).

Mingelen was het absoluut niet met ons, de studenten, eens dat een hype iets redelijk slechts is. Wij (ik spreek over wij en bedoel hiermee de mensen die vragen stelden tijdens het college) bleken hypes te zien als door de media opgeklopte verhalen die juist hierdoor belangrijker worden dan ze zijn en de meningsvorming van de massa bepalen (heel zwart-wit gesteld). Mingelen stelde hier tegenover dat een hype inderdaad zoiets is, maar enkel als het over iets in wezen onbelangrijks gaat. De hypes van de laatste tijd (Wilders, dubbele nationaliteiten) kun je volgens hem geen hypes noemen omdat de aandacht voor deze onderwerpen niet meer dan terecht is. Het gaat namelijk volgens Mingelen om een issue dat de emoties van de bevolking over de problemen rondom integratie van allochtonen raakt. Hij ziet de taak van de media in deze voornamelijk als het weergeven van wat er gebeurt. Dat er op dit punt binnen bijvoorbeeld de NOS-redactie ook discussie is, zegt hij wel. Ze hadden laatst gesproken over de manier van verslaglegging rondom Wilders en of zij hier een bepaalde verantwoordelijkheid hebben. Mingelen hoorde in deze bij de kant die er voor pleitte zo natuurlijk mogelijk verslag te leggen. De aandacht die wij een hype noemen, vindt Mingelen in het geval van deze onderwerpen enkel terecht. Mingelen vindt het ook goed dat de partijen nu het integratiedebat aangaan. Politieke partijen (en dus ook de media?!) hebben deze sentimenten lang niet besproken. De media zal in deze een platform bieden aan de verschillende denkbeelden.

Mingelen zegt ook dat het op een gegeven moment niet meer interessant is om Wilders in beeld te brengen als hij steeds hetzelfde doet. Het is zo dat nieuws zichzelf toch wel uitholt en dat het dus beter is om de zaken maar te tonen. Mingelen definieert nieuws verder als iets dat anders is. Omdat de meeste zaken in de wereld wel ‘leuk’ of ‘prima’ zijn, is nieuws vaak datgene dat minder leuk is.

We blijven geïnteresseerd in de link hype-kijkcijfers en gooien het over een andere boeg. Nu het verschil tussen commerciële zenders en de publieke omroep. Mingelen zegt dat RTL veel meer te maken heeft met de kijkcijfers dan de NOS en dat ze desondanks toch vaak met dezelfde onderwerpen komen. Hij denkt dat dit komt omdat ze immers allemaal journalisten zijn (ik vraag me dan weer af of ze niet met z’n allen achter hetzelfde nieuws aanrennen, maar dat terzijde). Hij zegt ook weer dat de media graag het nieuws wil brengen dat aansluit bij wat de bevolking voelt. Tegen ons wetenschappers zegt hij dat in de wetenschap de kracht van emoties vaak wordt onderschat en dat er te strikte scheidingen worden aangebracht tussen verschillende aspecten van zaken.

Over zijn relatie tot de politiek zegt Mingelen dat deze niet sterk veranderd is sinds te tijd dat hij verslaggever was voor Het Vrije Volk. Hij wil nog steeds een zakelijke relatie met politici houden en dit betekent dat hij minder vaak primeurs zal hebben. Een ander aspect van de verslaggeving van Den Haag is dat je vaak dingen moet zeggen over zaken waar je zelf niet bij aanwezig bent geweest. Dit levert discrepanties op omdat de werkelijkheid moeilijk te benaderen is en de werkelijkheid ook niet voor iedereen die wel aanwezig was hetzelfde is.

Op een vraag in hoeverre de media het nieuws beïnvloedt dmv montage, zegt Mingelen dat veel Nederlandse politici zulke slechte sprekers zijn en met zulke onsamenhangende verhalen komen dat montage een noodzaak is. Kijkers hebben tegenwoordig een zeer korte ‘attention-span’ en zappen direct weg bij een saai verhaal van een politicus. De media wil graag dat mensen blijven kijken en maken daarom de interviews aantrekkelijker door te monteren, maar ook bijvoorbeeld door veel te interrumperen. Zo verweert Mingelen zich tegen de kritiek dat hij zichzelf wel erg graag hoort praten.

En ach, die kritiek was wel een beetje terecht, maar toch is het best een aimabele man.

2 opmerkingen:

Matthijs zei

Heb je de foto zelf genomen?

cheruchan zei

ik heb geen tv, dus nee..