23 september 2007

Betonnen spiritualiteit

Sinds dat ik vorige week voor de vijfde keer voet op Japanse bodem zette, verbaas ik mij er dagelijks over hoe goed men hier is in het kunstmatig maken van zaken. En ik verbaas mij er in nog sterkere mate over hoe weinig dat overduidelijke kunstmatige aanzicht van vele (hier in Tokyo, alle) zaken de mensen lijkt te kunnen schelen. Dit alles komt het duidelijkst naar voren in hoe de Japanners hun tanden hebben gezet in de natuur. Er schijnen bijvoorbeeld in dit zeer bergachtige land nog slechts een handjevol rivieren te zijn die niet tussen betonnen oevers lopen. En dat terwijl de inheemse godsdienst van Japan, het Shintoisme, gebaseerd is op de vele goden die in die natuur huizen.

Met enige tegenzin nam ik vanochtend iets na achten de metro om met Sakura en Eriko Mount Takao (高尾山) te gaan beklimmen. Ik dacht dat het warm zou zijn, een berg beklimmen, en wilde liever ergens in een park hangen met de meiden om daar tenminste iets aan de studie te doen. Maar nee, het advies van een Nederlandse vriend navolgend, besloot ik toch op pad te gaan, ik wilde immers al heel lang naar deze berg.

Na in de trein getracht te hebben aan Eriko uit te leggen dat de reclameslogan 'You are what you buy' mij toch enigszins irriteerde, bracht de trein ons tot vlakbij het vertrekpunt voor de wandeling naar boven. We kwamen langs ontelbare stalletjes die leven op de vele bezoekers aan deze berg en ontweken de kabelbaan voor een wandeltocht van 90 minuten naar boven. Het weer was hier een stuk slechter dan in Tokyo en al snel vermengden zweet en regendruppels zich op mijn huid. De hele tocht naar boven liepen we in de wolken, danwel in de mist, en enig mooi uitzicht was ons niet gegund.

Achteraf was dit laatste eigenlijk heel fijn. Het ontbrekende zicht op wat zich ver van ons bevond, dwong ons te kijken naar wat dichtbij was. En dat was overweldigend. Ondanks de kunstmatige paden, de betonnen rusthokjes, de vending machines op de top en het treintje, was de natuur in haar volle glorie aanwezig. De mist gaf haar zelfs extra kracht, de berg werd mystiek. Dat dit ook het oorspronkelijke idee bij deze berg was, bleek wel toen we langs de andere kant van de berg afdaalden en door een enorm tempelcomplex liepen. Ik had wel hier en daar het gevoel dat ik de enige was die dit alles zo beleefde en ik verbaasde me over het gebrek aan aandacht voor de prachtige bomen, dieptes en planten bij de Japanners. Die leken meer interesse te hebben in de spullen die de winkels langs de route verkochten en in de foto's die ze van elkaar bij de tempel konden maken.

Omdat de route naar beneden toch wel erg glibberig was geworden, daalden we na een bak hete soba af met het treintje. Alle ontberingen moesten natuurlijk wel beloond worden, en daarom togen we naar dichtstbijzijnde depato lekker te genieten van een subliem toetje, ondertussen roddelend over de oudere man die koffie dronk met een sletterig uitziend meisje dat bij nader inzien toch niet zijn dochter leek te zijn. Wat een land.

























































Geen opmerkingen: