31 oktober 2007

Een 'mooier' Nederland

De vorige Japanse premier Abe bracht toen hij halverwege vorig jaar aantrad een boekje uit met de titel 'Towards a beautiful country' (美しい国へ). Een commentator reageerde hierop met te zeggen dat hij toen hij voor het eerst van het boekje hoorde dacht dat Abe Japan daadwerkelijk mooier wilde gaan maken door al die vreselijke telefoon- en elektriciteitsdraden in de grond te stoppen. Abe had het echter over een spiritueel mooier Japan waarin betrokken en patriottische Japanners goed voor elkaar en voor het land zorgen.

Toen ik vanochtend de NRC-nieuwsbrief opende was daar de volgende kop: 'Wensdenken staat 'mooier' Nederland in de weg'. Ik dacht, ownee.. Daar gaan we. Een nieuw plan van het CDA? Heeft Balkenende wel de vertaling van Abe's boekje op de kop weten te tikken? Een aantal klikjes verder zag ik echter dat het bij ons daadwerkelijk om ruimtelijke ordening gaat....

28 oktober 2007

Oppervlakkigheid

Om het niet zo te doen lijken dat ik echt alleen maar op toeristische plekken rondhang, danwel met Bunta de straten van Tokyo onveilig maak, bij deze een ietwat diepzinniger beschouwing.

Vanmiddag ging ik met drie vriendinnetjes (in proper Japans zou ik ze met 'ouderejaars' of senpai aanspreken, maar omdat ik buitenlander ben knijpen ze een oogje toe als ik dat niet doe) op bezoek bij een meisje van onze gezamenlijke tennisclub van de middelbare school. Dit meisje is inmiddels twee-en-half jaar getrouwd en heeft een half jaar geleden een zoontje gekregen. Het was een erg lief jongetje, het eten was lekker, haar huisje was prachtig, maar toch ging ik na drie-en-half uur weg met een spreekwoordelijke knoop in mijn maag. Nu kan ik dit toeschrijven aan allerlei hormonale schommelingen of plotseling uitvergrote kinderwensen, maar ik moet hier toch bekennen dat er eigenlijk sprake was van het tegenovergestelde van dit laatste. Hoe lieflijk het tafereel van de jeugdige moeder en de ietwat jaloerse toeschouwsters ook aandeed, ik dacht jemig.. dit mag van mij nog wel even duren.

De oorzaak van dit plotse sentiment is tweeledig. Ten eerste vond ik het, hoe vanzelfsprekend ook, enigszins vermoeiend hoe het kind een groot gedeelte van de tijd in het middelpunt van de belangstelling stond. Ten tweede vond ik de gesprekken ronduit oppervlakkig. Nu is het makkelijk om deze twee zaken als twee zijden van dezelfde munt te kenschetsen, en dit is ook wat ik in eerste instantie deed. Zo van, laat mij in hemelsnaam nog maar even geen moeder worden, want dan wordt mijn leven zo oppervlakkig dat ik het vast geen twee weken uithoud.

Maar dan zijn er ineens de gastma en de gastpa die eerst komen vragen waarom ik direct na thuiskomst in mijn kamer ga zitten peinzen (ik gebruikte het hormoonexcuus), en dan, na me een stuk inktvis gevuld met rijst voorgezet te hebben, mijn verhaal aanhoren en de discussie aangaan waardoor ik uiteindelijk nu weer rustig achter mijn computer zit met een genuanceerder verhaal en een weer wat verbrede horizon in mijn hoofd.

Allereerst het beeld van de moeder met baby thuis. De eerste correctie van mijn gastmoeder was dat er natuurlijk heel veel manieren zijn om het moederschap in te vullen en dat het echt niet hoeft te betekenen dat je hele dagen thuis naar je baby zit te staren. En natuurlijk weet ik dat ook wel, maar het is natuurlijk erg grappig als zij dan met het voorbeeld van mijn Nederlandse moeder aankomt om te laten zien dat het ook anders kan (in dit geval werd het moederschap gecombineerd met allerhande vrijwilligerswerk). Dus exit deze oorzaak van mijn gevoel van onbehagen.

Als de oppervlakkigheid van de gesprekken dus niet direct veroorzaakt hoeft te worden door het feit dat een groepslid een koter heeft rondkruipen, dan moet dit een andere oorzaak hebben. Nu schrijf ik dit meestal simpelweg toe aan het verschil in 'wereld'. Hiermee bedoel ik dat ik met mijn Japanse vriendinnetjes in een andere 'wereld' leef dan met mijn Nederlandse vrienden. Deze laatste ken ik voor een groot deel van de universiteit. Ze lezen boeken en kranten, spelen een rol in het Leidse wereldje, houden zich bezig met politiek, zitten in leesclubjes, naja dan weet je het wel.. een hoop gefilosofeer, gezweef, gebral wellicht, maar ook een hoop goede discussies. Mijn Japanse vriendinnetjes, echter, ken ik van de middelbare school. Nadat we 10 jaar geleden een maand of 10 samen getennist hebben, zijn onze paden ver uiteen gelopen. Als ik een op een met ze praat valt het niet zo op, maar als we zoals vandaag met een groep bijeen zijn, merk ik altijd dat we over volledig verschillende dingen nadenken. Hoewel, niet als het om mannen gaat, en daar gaat het dan ook meestal over ;)

M'n gastouders erkenden de invloed van dit aspect, maar kwamen ook met de opinie dat een groot deel van de Japanners simpelweg nooit geleerd heeft om na te denken en een eigen mening te vormen en dat dit de oorzaak is van dergelijke matte gesprekken en conflictvermijdend gedrag. Ik vertelde dat vandaag halverwege de moeder van het meisje met de baby belde om te vertellen dat een oud-klasgenoot van haar zusje zelfmoord had gepleegd. Min of meer tot mijn verbazing werd hier enkel op gereageerd met een variant van 'ow, wat erg' en werd er verder niet over gesproken. Nu is zelfmoord onder jonge mensen een enorm probleem in Japan en met mijn Nederlandse vrienden had ik op dit bericht zeker een maatschappelijk getinte discussie doen volgen. Mijn gastmoeder was echter geenszins verbaasd. Ze vertelde dat het op de junior high school waar ze lesgaf gebruikelijk was dat de 'sterke' kinderen de 'zwakkere', die een andere mening hadden, tot de orde riepen door te gillen dat ze 'de lucht moesten lezen' (空気を読む, voel de sfeer in de klas, en pas je er aan aan). Een verbastering van het goede 'de sfeer in een groep kunnen aanvoelen' tot je aanpassen aan de sfeer die gezet wordt door de 'sterke' kinderen. Dit resulteert er volgens mijn gastmoeder in dat kinderen hun eigen mening nooit durven geven uit angst uit de toon te vallen en dat ze dit dus ook niet leren, noch echt leren luisteren naar de meningen van anderen. Het gevolg is een voortdurend conflictvermijdend gedrag van aanpassing dat enige vorming van 'verantwoordelijke, zelfdenkende burgers' tegengaat. Volgens mijn gastouders is oppervlakkigheid onder Japanse jeugd dus geen toevallig verschijnsel, maar een wijdverbreid probleem.

Problemen die mede door dit verschijnsel veroorzaakt worden zijn legio. Op scholen is pesten een enorm probleem. Kinderen die zich niet genoeg 'aanpassen aan de lucht' worden gepest. Vervolgens blijven sommige van deze kinderen thuis, gaan simpelweg niet meer naar school, praten met niemand, soms zelfs niet met hun ouders (de hikikomori). Zelfmoorden, geweld tegen ouders, tegen andere kinderen, etc. etc.

Deze maatschappelijke problemen gecombineerd met een sociaal-economische situatie die een systeem van life-time-employment niet langer toestaat zodat niet iedereen meer binnen 'de groep' KAN vallen, en daarnaast met een groeiende individualisering door het minder noodzakelijk worden van banden die dat in tijden van lagere welvaart wel waren, doen politici roepen om een nieuwe moraal.

En dan verschilt de discussie ineens niet meer zoveel van die in Nederland. Want mogen politici zich wel bemoeien met de moraal? Nu in Nederland de rol van religie veel kleiner is geworden, en de normen en waarden dus niet meer door de kerk worden opgelegd, is het de vraag wie deze normen en waarden nu dan bepaalt. In Japan is er nooit een religie geweest die een moraal voorschreef en waren het de leiders die dit deden. Leiderschap en religie waren eigenlijk hetzelfde, zeker in de periode oplopend naar de oorlog toen de leiders een staatsreligie creerden die de moraal voorschreef. Maar met de resultaten hiervan gedurende de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, is moraliseren door politici ook hier tegenwoordig een gevoelig onderwerp. En waar in Nederland Balkenende niet veel verder komt dan het aanzwengelen van een klein debat, pakken de politici hier het, gesterkt door hun eeuwenlange ervaring, een stuk voortvarender aan en zetten steeds een stapje verder in het voorschrijven van een moraal die kinderen aangeleerd dient te worden op scholen.

Hoewel de problemen in Japan en Nederland dus op veel vlakken hetzelfde zijn (individualisering, consumentisme, etc., en in Japan komt daar dus nog een sterke groepsdruk bij), zijn de oplossingen waar politici voor kiezen toch redelijk verschillend. Het keyword in Japan is patriottisme. Kinderen moeten weer van hun land, hun regio, hun school, hun familie en van zichzelf 'leren' houden. In Nederland zou ik me een dergelijk beleid toch slecht kunnen voorstellen, hoewel er zeker tendensen in die richting zijn (identiteitsdiscussies, musea voor nationale geschiedenis etc.).

Mijn gastouders zijn pertinent tegen deze beweging in Japan. Zij zien een sterkere aangeleerde moraal niet als goede basis voor zelfstandige burgers die zelf kunnen denken. Ikzelf wil graag nog iets verder kijken, en daarom besteed ik de laatste weken mijn dagen aan het doorploegen van parlementaire notulen, essays van politici etc. om te kijken wat ze nou echt zeggen, willen en bedoelen. Het bovenstaande is dus mijn scriptie in een notendop.

Volgens deze redenering hangt de oppervlakkigheid dus geenszins samen met het moederschap. Fijn hoe sommige dagen ineens toch ineens een interessante en geruststellende afloop hebben...

25 oktober 2007

Dutchies in Tokyo

It seems I'm getting the hang of this Tokyo touristguide thing. Sachi and I showed Soof and Tali some places last weekend, but today it was my sole responsibility to show the girls some Tokyo sights on their last day here. We started off just a little bit after 07:30 at Tsukiji-shijou where we saw some very exotic inhabitants of our world's seas, and nearly got run over by small trucks several times. After breakfast at Tully's we visited the Hama Rikyu detached garden, a beautiful park situated on the banks of Tokyo Bay. From there we took a waterbus to Odaiba where we looked around in a rebuilt sixties shopping street. Soof and Tali tried their very first Ramune ;)!

Next was an exciting ride on the Yurikamome monorail to Shimbashi from where we went straight to Ueno to get Tali some HelloKitty souvenirs and to look around Ameyoko market. Akihabara, electronic town, was next on our list, followed by a scenic walk through shitamachi Yanaka, where we got to relax a bit. The next stop was the Kabukiza and a coffee in Le Cafe Doutor in Ginza. Here we chatted with a former Japanese Sumatra camp commander who was proud to have become friends with some of his Dutch internees. Our final destination was, what else, Roppongi. Here we got an original Hardrock Cafe t-shirt (yes we did... yes) for Sofija's boyfriend, we chatted in the beautiful, but still pretty artificial, Midtown 'gardensquare' and had a 400 yen 'dinner'.

For all of you who are unfamiliar with Tokyo's sights this must have been just a long list of unfamiliar names, but hey, I just wanted to show off with our incredible schedule ;)..

Here are some pics of today and last weekend to give you an idea the impression of Tokyo Soof and Tali will take home to Holland. Girls, it was good having you here!










































































































































24 oktober 2007

Bunta (続き)

Yesterday after dinner Joy and I went out for a so-called 'mental diversion', or 気分転換, and stepped into the local Doutor for a cup of coffee. We tried to study a bit, but the atmosphere was not very conducive and soon we head back home. In the alley leading up to our house, there was this big dog coming our way. There were our own Bunta and otosan (hostdad) who were waiting for okasan (hostmum) to go for there daily evening walk! Bunta seemed pretty excited, so I decided to be bold and ask if I could take a run with him in the parking lot. So Bunta and I ran up and down the parking lot twice. He seemed very happy.

And this seemed to be for a reason, because when they came back from their walk okasan asked me to take him running more often, and also to come along on Bunta's lesson today with his teacher. Apparently Bunta is running around too little and has therefore not developed enough muscular power.

So this morning the teacher, Bunta and I went running. Beautiful Tokyo morning, no parks in the vicinity, so we were just running on streets and sidewalks. I turned out to be in better shape than Bunta who apparently is used to taking breaks every 15 minutes. But, we had fun.. It is a lot more fun to run around with someone than just alone. And the good thing about a dog is, that most Japanese open up to them, as does any people. So, instead of the hurried and unfriendly faces I encounter normally, there were suddenly smiles and warm hello's welcoming Bunta, and me.

Maybe I will be making this into a habit...

21 oktober 2007

プリクラ

The percentage of Rapbelles having visited Tokyo is steadily rising! After Kiki visited in September, it is now up to Sofija to explore the city Sachi and I like so much. Yesterday we 'did' Meiji-jingu, Harajuku, Asakusa, dinner with Sachi's family, and Karaoke at SmashHits (yes, yes, I admit.. it was great!). Pictures will follow soon, but I am very happy to show here my very hisashiburi purikura, or printclub. Back in the 90s everyone was doing purikura daily, and I had a booklet full of them small little pictures. Now, the machines are more advanced, but a lot less popular. I still like them though, and especially the auto-photoshop ;)...




18 oktober 2007

Once in a lifetimes....

(click on the pictures to enlarge)

The past two weeks I spent time wandering around touristy places, studying in the most unusual locations, talking to interesting people, and looking at marvelous nature. Togo and Eugene took me from Okayama to Kure where Japan’s latest so-called nationalist museum is located, the Yamato Hakubutsukan 大和博物館. The museum turned out to be more about peace and Kure’s technological achievements than about war, at least that’s what the audioguide told me.






















Ayami showed me the Korakuen 後楽園, one of Japan’s famous gardens. And as if the garden and the museum were not clear enough signs of Japan's always surprising diversity, that evening Yujin, Ayami and I went to a Kenya benefit where we listened to the moving story of a lady that has lived in Kenya for over 15 years followed by music that made even the Japanese audience dance in their chairs.











































I cycled around Naoshima, an island in Japan’s Inland Sea which has been reinvigorated by several modern art projects.




































































After this trip I was taken to a completely different side of the island, a closed-off port owned by Mitsubishi where my dad’s ship had to unload some cargo. It had been quite a while since I visited my dad in his workplace, the last time I spent more than a few hours on board was when I was 14 years old and we ‘cruised’ the Mediterranean for a month. The 26 year old me was given a warm welcome by the crew this time as well, and I ‘repaid’ (haha) them by taking up the role of tourguide. The first tour was to Okayama, Castle and yakitori-bar, the second to Hiroshima, shinkansen, Peace Park, Peace Museum, Hiroshima Castle (what a hoax!), and of course, Hiroshima-style Okonomiyaki (which wasn’t as good as the Kobe and other Kansai variants, but well..). Showing Japan to big white sailors is fun, especially the occasional ああ、外人だ!(wow, a foreigner!) sigh by a female high school student.






















On Sunday my passport got its departure stamp, and on Monday we left Naoshima to spend a wonderful afternoon sailing through the beautiful Inland Sea. I stared and stared and the pilots which were on board to prevent us from bumping into one of the small islands chatted to me in Japanese and even asked me to translate something now and then. Yes yes, it felt good to finally use my skills in an at least somewhat professional environment ;)

























































And then you suddenly find yourself on a Japanese-Korean ferry with a trunkload of Korean high school boys dying to make your acquaintance and practise their English skills: ‘You are very pretty, beautiful’, ‘I am a SuperKorean’...

I only got to Pusan around six and arrived in the port a lot later as I was held up at the busstation by some very attractive public computers which asked only 75 eurocents of me for checking my gmail for half an hour. After the beautiful metro line finally delivered me near the International Passengers Terminal, the ladies at the ticket office stared at my passport for a while. A Japanese departure stamp of the 14th and a Korean entry one of the 17th... ‘Miss, what were you doing during these three days?’... hmm well, some words of explanation from my side, and an apparent pressure of time on their side did the trick and a moment later I was running towards the ferry. I would have liked my Lonely Planet to have told me that one has to board some three hours before the actual departure time of the ferry, but well, I made it.

This rapid (at the moment I am being stared at by a 17 year old boy, who, I must admit is quite goodlooking, something a lot of Korean men in both the port and the subway were, which surprised me... maybe I chose the wrong country?!, about 10 friends have now joined the boy and I am in their pictures), anyways, this rapid sequence of steps through my itinerary prevented me from seeing anything of Korea outside a means of transportation.

Before, the agent of my dad’s ship had taken me, and a Russian captain of another ship (some nationalities one instantly recognizes by posture, face and facial expression) to Pohang’s busstation from where I caught a bus to Pusan. The Korea I saw from the window was beautiful, and at least not as artificial as Japan often tends to be. The hills still have their natural trees, concrete has not swallowed everything, and the mountains in the distance look absolutely stunning. Naturally I only saw a tiny bit of this country, but my interest has been aroused, and at some point in the future when there is less thesis stress, I will definitely be back here and do some backpacking. I also realised in the bus that my travel destinations these past years have been somewhat on the safe side. I was actually somewhat nervous about getting on a bus in a country in which I did not speak the language, and my dad had to remind me of the Moroccan expedition when I was 19... I always thought that insecurity diminishes when one gets older...


























Anyways, it feels good to be on my way back to Tokyo as this diversion from my studies has lasted long enough. I certainly had a lot of fun though, many beautiful memories have found a place in my heart and I am thankful to the people who have helped me make them.