28 juni 2009

Eigen bloemetjes

In de al maar voortrazende tocht naar volwassenheid (wat op zich al een wonderbaarlijke statement is aangezien ik toch echt de 30 al nader en al jaren ‘volwassen’ dien te zijn), is een tuin een belangrijk stadium. Een tuin vergt onderhoud en vraagt om creativiteit, investeringen en langetermijnvisie. Daarnaast krijg je ook veel terug van een tuin. Zo heb je ‘een buiten’, iets dat veel appartementen ontberen. En hier heeft de mens behoefte aan, althans dat is mijn conclusie na het veelvuldige geklaag van niet-‘een buiten’-bezitters in mijn omgeving. Een tuin verhoogt je woongenot en de waarde van je huis. Voor de wortelangstigen onder ons is het echter wellicht een stap te ver.

Nu wil ik wel een tuin, maar geen mensen boven me. Dus werd het een huis met dakterras. En toen het lente werd, moest er natuurlijk ook wat aan de aankleding van dit dakterras gedaan worden. In het begin bleef het braafjes bij het kopen van plantjes bij de bloemist om de hoek. Toen ik echter met een vriendin bij de Gamma belandde voor een heuse bistro-set, was daar de muur met zaadjes. Zaadjes voor bloemetjes, groenten, planten enzo. Omdat het groeien van pompoenen mij wat ver ging, werden het bloemetjes. Drie zakjes fleurigheid.

Mijn eerste voorzichtige pasjes op tuiniergebied. Hoewel, voorzichtig? Ik volgde de instructies niet en gooide de zaadjes door elkaar in een bak met aarde. De weken erop keek ik vol verwondering naar de groei van de groene blaadjes en steeltjes. Ze werden groter en groter, en al snel bleek het bedje dat ik voor ze gemaakt had te klein. Dan maar over naar een vrij plekje bij de andere planten. Waterkoker en waterkan dienden veelvuldig als gieter. Vrolijk groeiden ze door, maar na twee maanden verschenen pas de knoppen. Deze week kwamen de eerste uit.





























































22 juni 2009

De verkeerde boeken

Nu het ‘normale’ postvolume afneemt is een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor mijn werkgever de zogenaamde ‘Huis-aan-Huis’ (HAH). Dit is het materiaal dat door de bus komt als je niet in het bezit bent van de ‘Ja-Nee’, danwel de ‘Nee-Nee’-sticker.

Tijdens mijn eerste maanden in het werkzame bestaan toen mijn geest eigenlijk nog rondwandelde op de Academie, nam ik regelmatig stelling tegen deze in mijn ogen volstrekt zinloze bezigheid. Ik vond HAH een inferieur product dat enkel bestond ter bevordering van het consumentisme, dat bij veel huishoudens toch rechtstreeks de papierbak in ging, en dat ook nog eens slecht was voor het milieu. Daarnaast maakte ik dankbaar gebruik van het argument dat ook de postbode er niet blij mee was deze tweederangs ‘post’ rond te brengen, dat werd vroeger immers enkel gedaan door kinderen en moeders met een ‘folderwijk’. Toen ik een keer een presentatie aanhoorde van het brein achter de HAH, noemde ik hem spottend ‘de folderman’ en vertelde ik mijn baas dat als hij me in de toekomst ooit een dergelijke activiteit zou zien ontplooien: ‘Shoot me!’.

Gaandeweg nam ik echter een wat minder strijdbare rol aan en leerde ik de argumenten pro-HAH waarderen. HAH zorgt immers voor een significant deel voor het salaris van de in nood zijnde postbode en van dat van mij. Daarnaast waarderen veel mensen de folders wel omdat ze er ideeën in op doen, en was het wat elitair van mij om te zeggen dat er toch niemand zit te wachten op krantjes met aanbiedingen van supermarkten. Ook maken overheden, goede doelen en stichtingen ook regelmatig gebruik van deze dienst om de burger te bereiken. Mijn positie ten opzichte van HAH werd wat neutraler en het kwam enkel nog maar ter sprake als mijn collega’s en ik de folderman zijn kroketten zagen opscheppen in de bedrijfskantine.

Vorige week lag er een brochure voor klanten van mijn werkgever in mijn postvak met als titel ‘Huis-aan-Huis inspireert!’. Oef. Ik moest erg hard lachen. Heel erg hard. Mijn collega’s keken verschrikt op. Wat was er aan de hand? Niemand zag direct wat ik bedoelde. Ik legde uit dat ik de HAH best prima was gaan vinden, maar dat dit toch echt op zijn minst een ietwat curieuze uiting vond. Ik vond de link met HAH je reinste verkrachting van het woord inspiratie. Dat was toch zeker bedoeld voor belangrijkere zaken dan wat foldertjes. De reactie van mijn collega’s was dat ik de verkeerde boeken las.

En gelijk hadden ze. Met De Bevers las ik de afgelopen weken namelijk het boek ‘Occidentalism’ van Ian Buruma en Avishai Margalit. In een zeer behapbaar essay wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis van de kritiek op het Westen. Een treffende metafoor van de schrijvers is dat het leven is als een universiteit waaraan je aan verschillende faculteiten verschillende gebieden van het leven leert kennen en leert stimuleren in jezelf. Volgens de critici worden Westerlingen enkel onderwezen aan de faculteit van de ratio. Deze ratio is vervolgens als een computer zo vaardig in het maken van calculaties om de geldelijke winst te vergroten, maar het is zeker onvoldoende om het leven te begrijpen in al haar facetten. Daarnaast maakt het leven in welvarende democratieën die geen oorlog met elkaar voeren omdat dat de comfortabele leventjes toch maar zou verstoren, de burger weinig geneigd tot het hebben van heroïsche idealen of bereidheid tot zelfopoffering ten behoeve van het collectief.

“The mind of the West is often portrayed by Occidentalists as a kind of higher idiocy. To be equipped with the mind of the West is like being an indiot savant, mentally defective but with a special gift for making arithmetic calculations. It is a mind without a soul, efficient, like a calculator, but hopeless at doing what is humanly important” (2005, p. 76).

Als vanzelfsprekend ben ik het niet eens met de ongenuanceerde uitingen van Bin Laden en zijn Occidentalistische vrienden. Toch voelde ik hier en daar sympathie voor de opinies. Zeker op het punt dat alles maar in dienste moet staan van materiële vooruitgang.

Toen ik net langs een bilboard kwam waarop een camera met draaibaar schermpje aangeprezen werd met de tekst ‘Bekijk zo alle kanten van het leven!’, begreep ik pas wat me nou zo stoorde aan het koppelen van het woord ‘inspiratie’ aan de HAH-foldertjes. Woorden als ‘het leven’ en ‘inspiratie’ zijn voor mij voorbehouden aan belangrijkere zaken dan de producten die ze in deze reclame-uitingen moeten aanprijzen. Als deze, zo-je-wilt, heilige woorden misbruikt worden voor iets basaals als het verkopen van een product, irriteert dat me. Het voelt alsof woorden die horen bij de zoektocht van de moderne mens naar zingeving gebruikt worden door de commercie omdat die weet dat deze mens/potentiële klant er gevoelig voor is.

Gelukkig maakt deze irritatie me niet tot een Occidentalist. Het maakt me wel tot iemand die erg blij is dat ze de verkeerde boeken leest.

21 juni 2009

Verborgen hoofdstedelijk schoon

Mijn zoektocht naar het schone van het vaderland leidt me soms naar plaatsen waar anderen het niet zouden zoeken. Zo werd ik vanmiddag nog vreemd aangekeken toen ik iemand uit Pijnacker vertelde eens van Delft naar zijn dorp te zijn gelopen. "Dit is het sufste wat ik ooit gedaan heb, het is dat de kater me belet andere dingen te doen", kreeg ik vandaag te horen toen ik met mijn goede vriendinnetje door de hoofdstad wandelde.

Al jaren ben ik benieuwd naar de tuinen achter de grachtenpanden in Amsterdam, maar steeds hoorde ik pas achteraf dat de Open Tuinen Dagen waren geweest. Dit jaar was ik er op tijd bij. Na een avond ouderwets hoofdstedelijk plezier in gelegenheden waar ooit op krantencopy geslaafd werd, weerstonden we de neiging tot jurkjesjacht en meldden we ons bij de eerste stop.

Enthousiaste gymnasiasten kliederden ons passepartout vol met teksten voor elkaar ('M en I De Shit', 'T&F zijn harder dan iedereen', 'Pemiel=Mats', 'Mats=zeker cool'), dames van stand in nette doch comfortabele pakken snoepten van Madeleines, en trotse homostellen toonden hun optrekjes. De tuinen waren mooi en de elektronische robot-grasmaaiers spraken me aan. Helaas was het niet een enkele bejaarde die op hetzelfde idee wat betreft daginvulling gekomen was, wat in de volle tuinen zorgde voor enige gevoelens van claustrofobie. Zeker gecombineerd met de wrange gevolgen van de perenijs-met-prosecco-cocktails die we genuttigd hadden een half etmaal eerder.

Helaas dus niet het volle potentieel aan boodschappen van Barlaeus-jongeren benut, maar gelukkig toch een goede indruk opgedaan van het verborgen schoon in onze mooie hoofdstad. Denk bij onderstaande plaatjes de mensen weg, en geniet mee!


























































14 juni 2009

'Golfbreker' of 'Waarom vrouwen niet vissen'

Als je langs de Conradkade het Verversingskanaal affietst tot aan zee en vlak voor het einde de linkeroever kiest, kom je bij een relatief onbekend stukje Scheveningen. Hier liggen twee golfbrekers die de haven beschermen tegen de zee. Domein van prille paartjes zou je verwachten. Maar nee, het is het domein van vissende mannen.

"Waarom vissen vrouwen niet?", vroeg ik de drie broers. "Ik denk dat vrouwen niet rustig kunnen zijn. Ze houden veel te veel van praten. Tien maanden per jaar staan ze voor en na school te praten met andere vrouwen en dat wordt ze nooit teveel" zei de een. "Maar dat is onze bescheiden mening, vraag het gerust ook aan de Duindorpers aan het eind van de pier", zei de ander.

De enige vrouw die aan het eind van de pier te bekennen was wist het niet.

Toen we op de terugweg langs de broers kwamen hadden ze net een grote krab gevangen. "Wil je het nieuwe aas aan de haak doen?", vroeg de een. Mwa. "Wil je de krab even vasthouden?", vroeg de ander. Mwa.

"Nou, daar heb je dan meteen het antwoord op je vraag."










































































10 juni 2009

Ontbijtje

Na een nachtelijke fietstocht vanaf HS was het de bedoeling een gat in de dag te slapen. Niet dat ik daar echt zo van ben, maar het gaat om het idee. Een uurtje of drie na zonsopgang bracht gekwebbel buiten mij echter in een lichte sluimertoestand. Nu heeft mijn onderbuurvrouw niet de gewoonte op zondagochtend bezoek te ontvangen, dus enigszins vreemd was het wel. Een uur later werd er geklopt op mijn raam. Ook niet erg gebruikelijk.

Met een slaperig hoofd keek ik door mijn tuimelraam en zag een jongen zijn hoofd om een van de schoorstenen steken. Ik deed het raam een beetje open en vroeg wat hij moest. Het bleek geen engerd, dus het raam ging nog iets verder open. Zijn vrouwelijke compagnon kwam na een minuutje of wat ook achter de schoorsteen vandaan. Ze waren elkaar na 10 jaar tegengekomen tijdens het stappen in Scheveningen en toen de brandtrap bij een vriendin opgeklommen.

Of ik geen eitje had. Nee, amper wat in huis. Na 10 minuten werd er opnieuw op mijn raam geklopt. Drie eieren in een plastic zakje met de vraag of ik ze even wilde koken. Natuurlijk! En toen ik toch bezig was, smeerde ik er wat beschuitjes bij en zette ik een kopje thee. Via het tuimelraam gaf ik het ontbijtje aan de jongen. Hij en het meisje zagen eruit alsof ze wel een beschuitje met elkaar wilden eten.

Toch werd ik uitgenodigd om erbij te komen. Ik klom over mijn balkon richting het dak en ontbijtte met het stel. Goed wakker worden hoor, op deze manier.