29 juli 2009

Dansen

Weet niet wat de burgertrut hievan zou vinden, ik vind het in elk geval prachtig!



Bron

26 juli 2009

Burgertrut

In een klassieke graaisessie tijdens de uitverkoop van Selexyz (voorheen Verwijs) kreeg ik het boekje “Leve de burgertrut” van Fleur Jurgens in handen. Zelden las ik een pamflet dat dichter bij mijn eigen standpunten stond. Had ik dit boekje uit 2007 maar eerder mijn aandacht gegeven, het had menig discussie verrijkt.

Ten eerste, lieve lezer, laat u niet voor de gek houden door de titel. Dit is geen verheerlijking van de 50s-spruitjeslucht à la Andreas Kinneging. Dit is niet mijn coming out als neo-con. Het is enkel het door mij lang gezochte tegengeluid op Heleen Mees en consorten.

In een strak betoog bepleit Jurgens de waarde van burgerlijkheid. Voor het gemak de samenvatting op de achterkant van het boekje:

“Zij is de afgelopen dertig jaar miskend, bevrijd of belachelijk gemaakt vanwege haar starre plichtsgevoel en frêle onderdanigheid. Maar juist de burgertrut is de hoedster van goede zeden en daarmee het cement van een welvarende samenleving. Is het typisch Nederlandse 'moederschapsideaal', dat vrouwen thuis houdt – aan het schoolhek, achter het kopje thee en onder het glazen plafond –, niet juist iets om te koesteren?

Wat is de keerzijde van de vrouwenemancipatie: het gezin als sluitpost van het tweeverdienersmodel? Het kind als hindernis voor zelfontplooiing? De crècheleidster als surrogaatmoeder? De flitsscheiding? Het lijkt tijd voor rehabilitatie van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Hoewel, terug naar de jaren vijftig kan niet. De moderne vrouw heeft een wasmachine, de pil en e-mail. Zij is te ontwikkeld en te assertief om nog achter haar man aan te lopen. En de moderne man laat zich trouwens zijn betrokkenheid bij zijn kinderen niet meer afnemen. Hoe is de burgerlijke moraal van spruitjeslucht te ontdoen? Hoe voedt een 'burgertrut' haar kinderen op met 'rust, reinheid en regelmaat' in tijden van overvloed, commercie en fun? Hoe kan zij fatsoen uitdragen in een versnipperde, multiculturele samenleving, waarin 'lekker jezelf zijn' tot norm is verheven? En hoe zorgt zij dat haar man haar niet vervangt voor een jonger exemplaar?”

Niets dus vrouw weer permanent achter het aanrecht, maar een herwaardering voor alles wat vrouwen traditioneel deden. Omdat het belangrijk is. Niets dus werelden van man en vrouw weer compleet gescheiden, maar een periode van huiselijkheid (jaja, gecombineerd met de deeltijdbaan) als de kids jong zijn om ze een goede basis te geven in deze maatschappij. Om weerstand te kunnen bieden tegen om zich heen grijpende decadentie, een regime van ‘rust, reinheid en regelmaat’.

Met haar tussenstukjes (“De soep! De ballen moeten er nog in. Maar eerst mijn zoon zijn billen afvergen. ‘Ik heb gepoept,’ roept hij luidkeels door het huis. ‘Jaaa, ik kom al.’ Wij zijn niet zo preuts, hoor. Dat kunt u toch wel verdragen?” & “O, Franse manchetten, waarom gehoorzamen julie mij niet, zelfs nu ik gewapend ben met stoomstrijkijzer? Al deze historische vorsing heeft warempel een valse vrouw veroorzaakt. Dat krijg je er nu van. Excuseert u mij een ogenblik. De plantenspuit is al binnen handbereik.”) waarmee ze de lezer rechtstreeks aanspreekt schetst Jurgens een tenenkrommend stereotype van de klassieke huisvrouw. Ze maken het boek luchtig, en dat is op zich prettig gezien de gevoelige materie.

Wat mij het meest aanspreekt is dat Jurgens in haar beschrijving van de burgertrut niet vergeet dat een goede opvoeding gepaard moet gaan met maatschappelijke activiteit en betrokkenheid van de ouders: “Het is vandaag dus haar plicht ook de blik naar buiten te richten. Dat kan zij doen door mantelzorg en vrijwilligerswerk, maar haar burgerzin kan net zo goed de reden zijn voor een verantwoordelijke baan. Een burgertrut die niet met één voet in de maatschappij staat, kan haar plichten thuis niet naar behoren volbrengen.”

Ik zei eerder iets dergelijks, dus het zal u wellicht niet verbazen, lieve lezer; maar als hoe Jurgens het beschrijft voortaan de burgertrut definieert, dan is dit hierbij mijn coming out.

19 juli 2009

Afrika

Wiehie, ik ben weer aan de Slinger.

































































































15 juli 2009

Iets moois

No Impact Man inspireerde me net tot het plaatsen van gewoon iets moois. Toen ik net thuis kwam na een dag vol ander moois, wachtte dit uitzicht op me.

13 juli 2009

Berlijn

Berlijn, o Berlijn. Velen gingen mij voor in de fascinatie met deze stad en hierbij meld ik mij officieel aan voor de fanclub. Wat een verschillen, wat een feesten, wat een heerlijk gebrek aan schone schijn!

Eerst was daar Rudi Kaals. Ik had hem de laatste jaren beter leren kennen door zijn blog dan ooit op het schoolplein. Maar stem, loopje en lokken haalden oude tijden terug. Hij redde ons uit de toeristische val shisha en overdadige achtergrondmuziek en nam ons mee naar Geronimo alwaar wij kennis maakten met de eerste van een reeks heerlijke Berlijnse etablissementen.

Wat volgde was een achtbaan van indrukken, gesprekken met Ing en frustraties over schaars geklede, snurkende Italianen. We zagen minder high-lights dan gepland en kregen daar twee heerlijke dansnachten met een groep Hollandse mannen voor terug. We zochten plekken waar we ons thuis voelden en vonden BateauIvre in Kreuzberg. We zagen de volgens de LP in Nazi-stijl opgetrokken ambassades van Italie en Japan, en vonden ze desondanks prachtig. We vroegen de jongen in de Checkpoint Charlie-winkel hoe we nou zeker konden zijn dat de muurflinters echt waren, en kregen te horen dat we dan het museum maar moesten vertrouwen. We verbaasden ons over de Berlijnse fascinatie met sushi, cocktails en happyhour, maar deden er rustig, een beetje, aan mee.

Het Holocaust memorial maakte ons stil. De techno (!) maakte ons blij. Snel nog eens, Ing?