26 juli 2009

Burgertrut

In een klassieke graaisessie tijdens de uitverkoop van Selexyz (voorheen Verwijs) kreeg ik het boekje “Leve de burgertrut” van Fleur Jurgens in handen. Zelden las ik een pamflet dat dichter bij mijn eigen standpunten stond. Had ik dit boekje uit 2007 maar eerder mijn aandacht gegeven, het had menig discussie verrijkt.

Ten eerste, lieve lezer, laat u niet voor de gek houden door de titel. Dit is geen verheerlijking van de 50s-spruitjeslucht à la Andreas Kinneging. Dit is niet mijn coming out als neo-con. Het is enkel het door mij lang gezochte tegengeluid op Heleen Mees en consorten.

In een strak betoog bepleit Jurgens de waarde van burgerlijkheid. Voor het gemak de samenvatting op de achterkant van het boekje:

“Zij is de afgelopen dertig jaar miskend, bevrijd of belachelijk gemaakt vanwege haar starre plichtsgevoel en frêle onderdanigheid. Maar juist de burgertrut is de hoedster van goede zeden en daarmee het cement van een welvarende samenleving. Is het typisch Nederlandse 'moederschapsideaal', dat vrouwen thuis houdt – aan het schoolhek, achter het kopje thee en onder het glazen plafond –, niet juist iets om te koesteren?

Wat is de keerzijde van de vrouwenemancipatie: het gezin als sluitpost van het tweeverdienersmodel? Het kind als hindernis voor zelfontplooiing? De crècheleidster als surrogaatmoeder? De flitsscheiding? Het lijkt tijd voor rehabilitatie van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Hoewel, terug naar de jaren vijftig kan niet. De moderne vrouw heeft een wasmachine, de pil en e-mail. Zij is te ontwikkeld en te assertief om nog achter haar man aan te lopen. En de moderne man laat zich trouwens zijn betrokkenheid bij zijn kinderen niet meer afnemen. Hoe is de burgerlijke moraal van spruitjeslucht te ontdoen? Hoe voedt een 'burgertrut' haar kinderen op met 'rust, reinheid en regelmaat' in tijden van overvloed, commercie en fun? Hoe kan zij fatsoen uitdragen in een versnipperde, multiculturele samenleving, waarin 'lekker jezelf zijn' tot norm is verheven? En hoe zorgt zij dat haar man haar niet vervangt voor een jonger exemplaar?”

Niets dus vrouw weer permanent achter het aanrecht, maar een herwaardering voor alles wat vrouwen traditioneel deden. Omdat het belangrijk is. Niets dus werelden van man en vrouw weer compleet gescheiden, maar een periode van huiselijkheid (jaja, gecombineerd met de deeltijdbaan) als de kids jong zijn om ze een goede basis te geven in deze maatschappij. Om weerstand te kunnen bieden tegen om zich heen grijpende decadentie, een regime van ‘rust, reinheid en regelmaat’.

Met haar tussenstukjes (“De soep! De ballen moeten er nog in. Maar eerst mijn zoon zijn billen afvergen. ‘Ik heb gepoept,’ roept hij luidkeels door het huis. ‘Jaaa, ik kom al.’ Wij zijn niet zo preuts, hoor. Dat kunt u toch wel verdragen?” & “O, Franse manchetten, waarom gehoorzamen julie mij niet, zelfs nu ik gewapend ben met stoomstrijkijzer? Al deze historische vorsing heeft warempel een valse vrouw veroorzaakt. Dat krijg je er nu van. Excuseert u mij een ogenblik. De plantenspuit is al binnen handbereik.”) waarmee ze de lezer rechtstreeks aanspreekt schetst Jurgens een tenenkrommend stereotype van de klassieke huisvrouw. Ze maken het boek luchtig, en dat is op zich prettig gezien de gevoelige materie.

Wat mij het meest aanspreekt is dat Jurgens in haar beschrijving van de burgertrut niet vergeet dat een goede opvoeding gepaard moet gaan met maatschappelijke activiteit en betrokkenheid van de ouders: “Het is vandaag dus haar plicht ook de blik naar buiten te richten. Dat kan zij doen door mantelzorg en vrijwilligerswerk, maar haar burgerzin kan net zo goed de reden zijn voor een verantwoordelijke baan. Een burgertrut die niet met één voet in de maatschappij staat, kan haar plichten thuis niet naar behoren volbrengen.”

Ik zei eerder iets dergelijks, dus het zal u wellicht niet verbazen, lieve lezer; maar als hoe Jurgens het beschrijft voortaan de burgertrut definieert, dan is dit hierbij mijn coming out.

1 opmerking:

Wieke zei

Geweldig rachelle, goed dat je dit onder de aandacht brengt van je lezer. gr, Wieke