31 januari 2010

Dordrecht

Ik dacht altijd dat een of andere city-marketeer in de jaren '90 de slogan 'Hoe dichter bij Dordt, hoe leuker het wordt' had bedacht. En dat dat vervolgens in de volksmond verworden was tot 'Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt'. Nu blijkt dat ik bij geschiedenis niet goed opgelet heb, de laatste variant is al eeuwen oud en heeft te maken met de voorspoediger tijden die de stad gekend heeft. Iets met belastingen danwel drukke scheepvaart.

Als ik het commentaar dat ik de afgelopen jaren gehoord heb over Dordrecht eens terughaal, lijkt het er niet op dat het imago van de stad veel verbeterd is. Niemand die ik ken heeft veel met Dordrecht, mensen gaan er niet wonen, mensen hoeven er niet heen. En echt ongelijk kun je ze niet geven. Geen culturele trekpleisters, geen academische sfeer, ook weinig te shoppen, tis niet meer dan een heel-erg-doorsnee provinciestad. Eentje waar het stadsbestuur in de laatste helft van de vorige eeuw er ook uitstekend in geslaagd is de boel te veranderen in een architectonisch monster. Op weinig andere plaatsen is de oud-Hollandse pracht en praal zoveel geweld aangedaan als in Dordrecht.

Maar toch, ik heb iets met die stad. En niet alleen omdat ik er als kleine dreumes vaak bij oma op bezoek was en met het vijfje dat we altijd van haar kregen op zoek ging naar de nieuwste editie van de 'Babysittersclub'. Of met mijn neefjes en nichtje verstoppertje speelde in het prachtige pand van mijn grootouders. Nee, Dordrecht heeft iets dat ik wel mag. Een beetje zoals steden als Alkmaar, Gouda, en Amersfoort. Je hebt er eigenlijk niets te zoeken, en vraagt je stiekum af waarom mensen er wonen. Maar als ik er dan rondloop, genietend van de oude gebouwen, zie je hoe mensen er voor zichzelf altijd toch weer iets van maken. En dat is mooi.

Gisteren ging een afspraak onverhoopt niet door en miste ik op een haar de stoptrein naar Brabant. De stationsrestauratie van station Dordrecht was vervangen door een AH to go, dus ik besloot ergens in de stad mijn boek te gaan lezen. Toen ik het pand op de eerste foto zag, besloot ik de koffie te laten zitten en weer eens een rondje door de stad te wandelen. En dan kom je ze weer tegen, de kunstroutes, de kleine boutiques en boekhandeltjes, de cafeetjes. De sneeuw en de blauwe lucht hielpen natuurlijk mee. Heel eventjes, ja echt maar heel eventjes, zag ik mezelf wel terugkeren naar het mooie Dordt.




















































































































30 januari 2010

Kerstdiner


































































28 januari 2010

Complex

De man in het mooie pak begint te vertellen. Over hoe zijn club het probleem mede veroorzaakt. Over hoe zijn club echter ook haar bestaansrecht ontleent aan ontwikkelingen die het probleem veroorzaken. Over hoe zijn club ongelofelijk haar best doet om zo min mogelijk bij te dragen aan het probleem.

Een man in een donkerblauw pak met dunne rode streep en oranje das vervangt een andere man. Hij vertelt een verhaal over hoe de gemeenschap kan helpen bij het probleem. De rest ben ik vergeten. Iets over regels versus eigen initiatief.

Een derde man vertelt over hoe zijn club invloed probeert uit te oefenen op het beleid van een club die lijkt op die van de man in het mooie pak. Ook al is hij voorzitter, hij is niet de baas. Onder zijn clubgenoten heerst nog geen consensus over de aanpak, daarom spreekt hij maar voor zichzelf. Hij legt uit hoe hij en zijn clubgenoten anders tegen het probleem aankijken dan de klant. Daar is onderzoek naar gedaan. Eigenlijk weet hij ook niet zo goed wat hij ermee aan moet.

Een man wiens das wat vreemd is gaan zitten door het vervelende microfoontje wil eigenlijk niet zo graag praten over het probleem. Al zegt hij wel dat de 1,8 miljard mensen in de rijke landen het meest eraan bijdragen. Maar toch, doe er vooral niet teveel aan zegt hij. Teveel idealisme is niet goed. Clubs zagen zelden de stoelpoten onder zichzelf vandaan. Hij is wat zelfingenomen, houdt van zijn bonus. Ik vind hem een flapdrol, maar eigenlijk is zijn geluid wel verfrissend. Ongewenst, maar verfrissend.

De man in het slechtste pak blijkt de meest interessante spreker. Hij vertelt hoe zijn club dingen doet met de spaarcentjes van mensen uit andere clubs. Door deze spaarcentjes in weer andere clubs te steken, mag hij wat zeggen over wat die clubs doen. Hij wil dat ze over het probleem nadenken, en misschien een klein stapje zetten richting een oplossing. Zo niet, dan haalt hij zijn centjes weer weg.

Na de pauze vertelt de eerste vrouw over haar speurtocht door de regels. Ze legt uit hoe clubs zoals die van de derde man het beste het beleid kunnen beinvloeden. Welke mogelijkheden zij hebben, waar het in het verleden al eens gelukt is om iets aan het probleem te doen. We staan nog aan het begin, maar ze gelooft dat een betere wereld zeker mogelijk is.

De dagvoorzitter is een vrouw die matig is voorbereid en genante vragen stelt. Slechte promo voor haar clubje.

Clubjes hier en clubjes daar. Grote clubs, kleine clubs. Grote belangen, kleine belangen. 1,8 miljard mensen die eigenlijk ietsje teveel bijdragen aan het probleem. Clubs die wel willen, maar niet ten koste van alles. Goede bedoelingen, enorme complexiteit, kleine stapjes. We doen zoals vaak aan symptoombestrijding. En ondertussen groeit het probleem enkel groter.

24 januari 2010

Moestuin - stap 1

Vroeger woonde er tegenover ons een familie met zes kinderen. Om bij de sloot naast hun huis te komen moesten ze omlopen voor ons huis langs. In die sloot kweekten ze kikkervisjes en andere zaken. In de berm groeiden allerhande planten. Ik wist zeker dat ze allemaal biologie zouden gaan studeren. Nu ik een van de jongens weer regelmatig zie in het Haagse, blijkt dat ik er niet ver naast zat. Een stukje verderop, eigenlijk middenin het dorp, was een boerderij. Soms gingen we erheen om naar de koeien te kijken of op de hooizolder te spelen.

Toen ik een jaar of 14 was, regelde m’n moeder bij een boer in het aangrenzende dorp dat ik prei voor hem ging planten. ’s Ochtends vroeg op de fiets en dan met kratten mini-prei over het land. Het competitieve van het prei planten (wie is het eerst aan het eind van zijn rij?) en mijn intrede in de wereld van sofi-nummers, vond ik echter veel mooier dan de prei. Ook de aardappels die ik ooit verkocht voor boer Frans konden mij nooit echt bekoren.

Nee, ondanks dat ik opgroeide in de polder en het wel mooi vond dat we met school de grienden langs het Hollands Diep afvalvrij maakten, zag ik zelden de schoonheid van de mij omringende natuur en de hieraan gerelateerde menselijke activiteit.

Hoe anders is dat nu. Ik bezoek rooftop-farms in New York, voel me aangetrokken tot mannen die veel van vogels weten, presenteer concepten over duurzame landbouw, rommel met zaadjes en plantjes op m’n dakterras en maak me druk over plastic in de zee. Ik betrapte mezelf zelfs laatst op de gedachte dat ik eigenlijk liever biologie gestudeerd zou hebben.

Door de jongens met wie ik SynCity organiseerde in september ben ik me gaan verdiepen in het verduurzamen van architectuur. En geloof me, er gaat een wereld voor je open! Door No Impact kwam daar de interesse voor lokaal geproduceerd voedsel bij. Gevolg was dat ik me de laatste maanden bezig heb gehouden met het lezen over voedselproductie in het algemeen en landbouw in de stad in het bijzonder.

Een club bij mij in de buurt die hier veel mee doet is Gezonde Gronden in de Weimarstraat. Zij propageren een manier van landbouw die Permacultuur heet. Afgelopen week woonde ik een introductielezing bij. Een beetje een vreemde eend in de bijt voelde ik me wel met mijn Marc Jacobs hakken tussen de bergschoenen, maar de overheerlijke maaltijd en de gedeelde interesse voor het thema zorgden al snel voor een open sfeer.

Gezonde Gronden heeft afgelopen jaar een Permacultuur-tuin aangelegd op Madestein bij Kijkduin, doet dat dit jaar in het Zuiderpark, en wordt waarschijnlijk ook betrokken bij de stadstuin Emma’s Hof een stukje verderop in het Regentessekwartier. Ze verzorgen ook trainingen, en ja, er zit ook een ‘Moestuin op Dakterras’-cursus in de pijplijn. Gelukkig ook bedoeld voor de moestuin-leek. Mijn plan voor 2010!

Maar nu: wat is Permacultuur? ‘Het permanent in cultuur houden van je grond’. Het is gebaseerd op deze ‘kleine ethiek’: Zorg voor de aarde/Zorg voor de mens/Eerlijk delen. De Permacultuur kent verder de volgende principes:

  1. Zet alles wat je doet en nodig hebt op de juiste plek. Tuinarchitecten kijken vaak enkel naar de schoonheid van een tuin. Maar als je een vijver aanlegt en daarbij rekening houdt met de invallende zonnestralen kan je het licht dat weerkaatst wordt gebruiken om via een raam je huis wat warmer te krijgen.
  2. Zorg dat als je iets neerzet dat het meerdere functies heeft. Zo is een vijver mooi, zorgt het voor wateropvang, kan het eetbare planten bevatten, etc.
  3. Zorg dat elke functie wordt gedragen door meerdere elementen. Vertrouw voor elektriciteit bijvoorbeeld niet enkel op het net. Plaats zonnecollectoren op je dak, of een windmolen.
  4. Kijk goed naar de energieplanning van je tuin. Werk met zones. De Permacultuur kent vijf zones: (0) je huis, (1) hier kom je vaak, bv een kruidentuin, (2) hier kom je 1x per dag, groente/kippen/.., (3) bv fruitbomen, die moeten vaak gecheckt worden op insekten en gesnoeid worden, (4) hier kom je niet vaak, mestvee, notenbomen, hakhout, (5) natuur – dit laat je met rust. Deze laatste zone is wel deel van je tuin, maar hier laat je de natuur haar gang gaan, geen gesnoei dus. Het ziet er niet mooi uit, maar het geeft insekten een plaats om te overwinteren en trekt ook de beesten aan die deze insekten eten. Dit zorgt ervoor dat je in de lente een natuurlijke vijand van de insekten die je groente opeten of besmetten in de buurt hebt. Werk ook met sectoren. Wanneer heeft je tuin in het voorjaar zon? Waar komt de wind vandaan? Waar komt de meeste regen vandaan? Op een droge plek kun je sterke kruiden die weinig water nodig hebben verbouwen. Constateer alle factoren die van invloed zijn op je tuin (stank, verkeer, geluid, etc.) en bepaal in welke sector deze overlast geldt.
  5. De nadruk ligt op natuurlijke en biologische bronnen. Veel van de keurmerken die er tegenwoordig zijn zijn onzin. ‘Demeter’ en ‘AB’ zijn goed. ‘Eko’ heeft veel van zijn waarde verloren.
  6. Probeer je energie te recyclen op de plek zelf. Zelf composteren!
  7. Werk zo intensief mogelijk op je grond. Zo blijft er genoeg natuur over. Er zijn 7 lagen mogelijk: Hoge bomen/middelhoge bomen/ struiken/ kruiden/ wortelgewassen/ kruipende planten/ klimplanten. Die kunnen allemaal op dezelfde plek.
  8. Zorg voor zoveel mogelijk diversiteit in plantengildes (combinaties).
  9. Probeer randen te creeren tussen de zones, op de randen gebeurt het! Plant niet in rijtjes.
Het bovenstaande is wat ik opschreef tijdens de introductielezing. Het sprak me wel aan. Vooral het idee dat de Permacultuur zoveel mogelijk natuurlijke mechanieken gebruikt. Maar er is nog veel te leren. Als iemand tips danwel commentaar heeft, hou ik me aanbevolen!

21 januari 2010

Op de fiets - Ruth

Deze week weer lekker op de fiets naar TNT. Vandaag voor het eerst met iPod. Het blijft een beetje tricky, zeker in de spits. Ik luisterde vier keer naar 'Ruth' van Stef Bos, kon het gewoon niet laten. Nu weet ik dat ik vier posts eerder al schreef over zijn hele concert van 'In een ander licht', maar dit nummer is zo mooi, dat het een eigen post verdient.

Mijn goede vriend Aike probeert me al jaren te overtuigen van het belang van een wereld zonder grenzen en ik denk aan hem en zijn Vietnamese aanstaande als ik dit lied hoor. Deze is voor jullie!

Deze versie van het lied is minder mooi als die met het Metropole orkest, maar het is de enige die online staat....

20 januari 2010

自分のなかに - Common Feelings

Ik heb het altijd moeilijk gevonden iets algemeens over Japan te zeggen. Iets als 'Japanners zijn afstandelijk', of 'Japanners zijn verlegen'. Je eigen ervaringen spreken de algemeenheden soms tegen, maar soms ook niet. Toch vragen mensen het vaak van je. 'Hoe zit dat in Japan?', of 'Vertel eens iets over Japan'.

Een algemeenheid die ik eigenlijk ook niet erg aandurf is de volgende. In Japan is het normaler om op een soort van zelfhulp-manier met zaken bezig te zijn dan in Nederland. Een goed voorbeeld is dat vrouwen bewust en strategisch op zoek gaan naar een man, en dit ook ruiterlijk toegeven. In de boekhandels liggen ook bergen boekjes met advies over dit soort zaken. Zo las ik ooit een boekje met de titel 運命の人と出会う日までにしておく大切なこと De belangrijke zaken die je gedaan moet hebben voor de dag dat je de man van je dromen ontmoet. Wat volgde was geen relaas over welke lingerie je moet hebben aangeschaft (zoals in Stout van Heleen van Royen), maar een oprecht en waar verhaal over hoe je je als mens kunt vormen. Een ander boekje dat ik in de kast heb staan heet 求めない - すると、何かが変わる Verlang niets - dan verandert er wat. Weer met allemaal zeer ware en treffende voorbeelden, bijna poezie. Ben ik ook wel voor in.

Dit soort boekjes kom ik zelden tegen in Nederland. Maar of ze er niet zijn en de Japanners echt makkelijker doen hierover, kan ik niet zeggen. Misschien ben ik in Japan wel meer in de stemming voor dit soort lectuur, who knows.

Maar goed, gisteren kwam ik in een derde boekje, Heart Book van Yuko Hirose, het volgende stukje tegen. Het gaat over 'leuk', hoe weet je wat je 'leuk' vindt. Best een belangrijk thema de laatste tijd, ook omdat mijn Management Development coach bij de post van me wil weten wat mijn 'vervolgstappen' gaan zijn...

自分のなかに

すきだなと思う人。- Iemand die je leuk vindt.
いいなと感じる人。- Iemand waarbij je denkt 'He wat mooi!'
そういう人がいたら - Als er zo iemand is
「すき」と感じたところを - zoek dan de dingen die je leuk vond
自分のなかに見つけていく。- in jezelf.
「すき」と感じるところは、- Van die leuke dingen
自分のなかに同じ感覚、- heb je in jezelf soortgelijke gevoelens
同じところがあるから。- soortgelijke dingen.
それは、考え方やものの見方、- Zaken die je denkt, hoe je ergens tegen aankijkt
なにかを感じる力や - de kracht om iets te voelen
生きる姿勢といったもの。of een levenshouding.
「すき」がわかれば、- Als je begrijpt wat 'leuk' is bij de ander
あとは自分のなかにある - hoef je enkel in jezelf
おなじものを育てていけばいい。- hetzelfde te laten groeien.
すきと思った人のように - Om ooit eens te worden
いつか自分もそうなるように。als de persoon bij wie je dat 'leuke' voelde.

Mijn Japans is inmiddels wat roestig, dus de vertaling is wellicht ietsje krom. In het Nederlands klinkt het wat pathetisch, maar ook wel mooi, niet?

6 januari 2010

TED: How to live to be 100+

Niet omdat ik perse zo oud wil worden, maar omdat wat Dan Buettner hier aanstipt aan redenen waarom mensen op bepaalde plekken in de wereld zo oud worden mij aanspreekt, hierbij het volgende filmpje...

5 januari 2010

Out of Office

cheruchan voelt zich een beetje under the weather deze dagen en doet zich tegoed aan koude stoofpeertjesvla om de ontstoken amandelen wat verkoeling te bieden. Het hoofd is verder te wazig voor allerhande schrijverij, en naar buiten voor foto's wordt 'm ook niet echt. Kopiëren kan ze echter nog als de beste en daarom hierbij haar favorieten uit de 40 Tips for a better life in 2010 van een club die zich Common Ground Consulting noemt. Met dank aan M.

1. Take a 10-30 minute walk every day. And while you walk, smile. It is the ultimate anti-depressant.
2. Sit in silence for at least 10 minutes each day.
6. Play more games and read more books than you did in 2009.
8. Spend time with people over the age of 70 and under the age of 6.
9. Dream more while you are awake.
10. Eat more foods that grow on trees and plants and eat less food that is manufactured IN plants.
13. Clear clutter from your house, your car, your desk, and let new and flowing energy into your life.
15. Realize that life is a school and you are here to learn. Problems are simply part of the curriculum that appear and fade away like algebra class, but the lessons you learn will last a lifetime.
16. Eat breakfast like a king, lunch like a prince, and dinner like a college kid with a maxed out charge card.
20. Don't take yourself so seriously. No one else does.
23. Don't compare your life to others'. You have no idea what their journey is all about.
24. No one is in charge of your happiness except you.
30. Your job won't take care of you when you are sick. Your friends will. Stay in touch.
31. Get rid of anything that isn't useful, beautiful, or joyful.
38. Remember that you are too blessed to be stressed.