1 februari 2012

PlantLab

Een maand of twee geleden kreeg ik van verschillende kanten de oproep van Denktank Prospect door voor The Battle of the Cheetahs die door ontwikkelingsorganisatie NCDO werd georganiseerd. De strijd zou gaan tussen verschillende teams van young professionals die zich moesten gaan buigen over verschillende thema's op het gebied van voedselzekerheid, hier en in 'het Zuiden'. Een van de thema's was 'city farming' - natuurlijk iets voor mij. Toch aarzelde ik, ik voel de laatste tijd een sterke drang om me te richten op het lokale, op iets dat ik metmijn eigen handen kan realiseren. Dit zou weer iets zijn op een hoger abstractieniveau, iets van het hoofd. En daar wil ik eigenlijk een beetje uit. Natuurlijk schreef ik me later toch in, uit nieuwsgierigheid naar wat ik nu weer zou tegenkomen.

Een beetje teleurgesteld was ik wel toen ik niet werd toegelaten. Stiekum was het ook een beetje iets van 'hoe kunnen ze mij, de urban farmer, nou afwijzen?'. Maar goed, ik was het weer snel vergeten omdat ik me toch ging focussen op het lokale. Een week later kreeg ik een mail van NCDO en organisator De Cultuurfabriek. Of ik toch niet nog mee wilde doen in het 'City Farming' team. Ik zette de data van de battle weer terug in Outlook, vergat snel het tweede keus zijn en verheugde me op het kick-off weekend.

Het derde weekend van januari arriveerde ik, na een uurtje artikelen over stadslandbouw lezen in de trein, in Soesterberg bij conferentieoord Kontakt der Kontinenten. Het mekka van de vaderlandse ontwikkelingswerker naar het schijnt. De hal was gevuld met vooral studenten, grappig om te merken hoe die tijd echt al een behoorlijke tijd geleden is. Het weekend begon met een diner, de teams zaten bij elkaar. Ik maakte kennis met mijn teamgenoten, allemaal studenten van de Hogere Agrarische School in Den Bosch. Leuke lui, ze stelden zich voor met hun naam en met wat voor boerenbedrijf ze thuis hebben. Deed me denken aan een documentaire waar Ad Verbrugge het ooit over had. Van de teamcaptain hoorde ik dat het team eerst volledig uit HAS'ers was samengesteld en dat ze pas uit de algemene aanmeldingen moesten gaan putten van NCDO toen er een paar afvielen.

Een beetje een vreemde eend in de bijt bleek ons team wel. De andere teams waren samengesteld uit mensen uit het duurzaamheidswereldje en het Amsterdamse bkb-wereldje. BKB, Youth Food Movement, World Connectors, Nationale Jeugdraad, Groen Links, etc. Jong, hip en creatief. Voor mij bleek het een hoogst interessante kennismaking met een wereld die niet de mijne is, maar waar het in mijn wereld wel veel over gaat: die van de reguliere land- en tuinbouw. Ik merkte tijdens de gesprekken dat mijn denkwijze niet die van hen was en dat wat ik vertelde over hoe ik met stadslandbouw bezig ben (permacultuur?!) met enige scepsis werd ontvangen. Bij sommigen merkte ik ook een houding op van 'Leuk dat biologische gedoe en gekneuter op de vierkante meter, maar dat gaat de wereld niet voeden.' Ik was benieuwd naar hun wereld en hoopte stiekum de bedrijven waar ze vandaan kwamen eens te kunnen bezoeken.

De volgende dag was de echte werksessie en daar kwam nog een derde paradigma tegen de al ruw tegen elkaar aan schuivende andere twee aan liggen, die van de ontwikkelingssamenwerking. Drie werelden vertegenwoordigd door mensen die weinig idee hadden van hoe het er in de andere werelden aan toe gaat. Dat leverde interessante discussies op - een coöperatie van 20 vrouwen op microkredieten en high-tech high cost oplossingen van de HAS'ers vallen slecht te verenigen. Gelukkig had het HAS-team voor mijn komst al het middel bepaald dat ons antwoord moest gaan worden: PlantLab. Ik was het al weleens tegengekomen onder het kopje high-tech stadslandbouw. Planten groeien in een ruimte die volledig is afgesloten van natuurlijke invloeden onder blauw en rood licht en krijgen een mix van nutriënten toegediend waarop ze het beste groeien. 'Plant Paradise' wordt het genoemd. Klonk me al nooit zo prettig in de oren, maar benieuwd was ik wel. Zeker toen ik hoorde van de hoge voedingswaarde van de planten, de gesloten kringlopen en de lagere milieudruk.

De discussie resulteerde aan het eind van de dag in een mooi plan. Het idee was om PlantLab zowel hier als in China te gebruiken voor het opnieuw interesseren van gadget-jongeren in het boerenbestaan. In China zou daarnaast een grote nadruk liggen op voedselkwaliteit en voedselzekerheid. In Nederland zou het vooral gaan om bewustwording en educatie. Voor China zouden we een low-tech versie van PlantLab ontwerpen, op advies van Jan-Willem van der Schans iets als wat Growing Power in de VS doet.

In de auto terug vertelde een van mijn teamgenoten dat hij eigenlijk nog nooit gehoord had van alle dingen die ik vertelde over stadslandbouw, dat het alternatief op de reguliere landbouw eigenlijk nooit onderwerp van gesprek was op school. Ik nam me voor de groep eens uit te nodigen op Eetbaar Park.

Na het weekend raakte ik met een paar Haagse moestuinvrienden in gesprek over PlantLab. Mijn gevoel werd gedeeld, maar op zich stond men er open voor als de voedingswaarde van de planten goed was. Dat dit kon werd ook bevestigd door een Wageningse promovenda die ik toevallig op een feestje trof.

In de aanloop naar de tweede bijeenkomst van het team groeide mijn twijfel opnieuw. Inmiddels was de low-tech versie van PlantLab van de baan en gingen we voor high-tech met meer arbeid dan in het originele plan. Tijdens de tweede bijeenkomst vanavond realiseerde ik me dat ik, alle bevestigingen van onderzoekers ten spijt, simpelweg niet geloof dat eten uit een volledig van de natuur afgesloten systeem goed eten is. Maar toch, uit interesse in mijn medeteamgenoten en in het proces, wilde ik er wel bij blijven en me dan vooral richten op het Nederlandse gedeelte van het project. Totdat teamgenoot Prins Carnaval de term 'voor god spelen' in de mond nam.

Proef op de som. Naar de PlantLab-opstelling op de HAS. Ik was benieuwd wat ik ervan zou vinden als ik zelf in zo'n kamer zou staan. Ik bedacht me dat ik daarna zou bepalen of ik er nog langer bij wilde zijn. Met z'n zessen in een krappe klimaatkamer onder blauw en rood licht. Geen plantjes. De doktersjassen hingen klaar. Net een ziekenhuis. De energie in de ruimte greep me bij de keel, maar ik probeerde me goed te houden. Totdat de lieve teamcaptain vroeg wat ik ervan vond. 'Vreselijk', zei ik, 'Ik zou hier nooit iets uit eten en ik wil er nu uit.' Buiten kwam de fysieke reactie pas echt, m'n hele lijf reageerde met walging. Met tranen in mijn ogen en een brok in m'n keel legde ik aan haar uit wat hier volgens mij mis was. Dat deze oplossing volledig in gaat tegen alles wat ik de afgelopen twee jaar in de tuinen ervaren heb en wat zo goed voor mij en mijn lichaam geweest is. Dat dit mensen verder van de natuur verwijdert en dat dat juist niet is wat we nodig hebben. En dat dit nooit een oplossing voor het voedselvraagstuk kan zijn waar ik achter sta. Ik herinnerde me een tweet van iemand die reageerde op mijn tweets tijdens het weekend, iets over dat we de 'intensieve planthouderij' nooit moeten willen.

Helemaal buiten greep mijn ratio de controle weer, misschien kon ik toch nog tot het einde meedoen? Maar ik wist dat ik de reactie van mijn lijf moest volgen. Einde Battle of the Cheetahs. Helaas, ik had graag meegewerkt aan een werkelijk duurzame oplossing waarin de relatie tussen mens & natuur en holistisch denken centraal staan.

Maar weer snel verder met het lokale.

Geen opmerkingen: